Home > Verslagen > Reisverslag van Tineke Bosch 2015

Reisverslag van Tineke Bosch 2015

Dinsdag 10 november 2015

Op dinsdag 10 november is het dan zo ver, na alle inentingen en andere voorbereidingen kan de reis beginnen. Om 06.15 uur melden we ons bij Ton en Lia. Maarten rijdt ons en Vonne brengt haar ouders. Vanwege alle bagage is het onmogelijk om in één auto te gaan.

Op Schiphol staat Annelies al op ons te wachten, zij is door Erik gebracht. Met zijn vijven, 10 koffers en zoveel handbagage als we kunnen dragen stellen we ons op bij de incheck en met enig herpakken krijgen we alle 10 koffers door de kilocontrole. Vonne en Maarten zwaaien ons uit en voorbij de controle ontmoeten we Luck en Sandra, die nog veel vroeger uit Frankfurt zijn vertrokken.

Na een goede vlucht komen we op tijd in Entebbe aan waar Daniël, onze chauffeur voor de komende weken, klaar staat met de bus. Het kost veel moeite om kleine en 14 grote koffers + de nodige handbagage in de bus te bergen zodanig dat wij er ook nog bij kunnen. We krijgen zo alvast een voorproefje hoe men hier kan pakken om zoveel mogelijk – mensen of bagage, maakt niet uit – in een busje te proppen.

De ontvangst in Kwerahouse door de familie Lindo, de Guesthouse waar we tijdens ons verblijf in Luzira zullen logeren, is allerhartelijkst. Het bier staat koud en we genieten nog even op de porch voordat we lekker even douchen en in bed kruipen. Denken we……….. er is geen warm water dus krijgen we nog een voorproefje van de teleurstellingen die we ongetwijfeld de komende weken zullen moeten slikken.

KweraFam. Lindo

Woensdag 11 november 2015

Olive maakt ontbijt op verzoek voor iedereen. Er is keuze uit alle mogelijke manieren om een ei te bereiden. Daarna vertrekken we naar Luzira school voor de eerste kennismaking.

school

We moeten alle 12 klaslokalen af om ons allemaal voor te stellen en het liefst willen ze ons allemaal (minstens 1000 kinderen) een handje geven. Wat een volle lokalen, er is niet eens zitplaats voor alle kinderen. En de lokalen zijn zo gehorig dat je soms letterlijk kunt verstaan wat in het volgende lokaal wordt gezegd. En dat terwijl het onderwijs voornamelijk bestaat uit het herhalen wat meester of juf zegt……….

We halen pindakaas en jam en lunchen in onze Guesthouse om daarna te vertrekken voor een wandeling door een prachtig groen, maar zeer arm gebied naar Red Chili hotel omdat we daar een aanbetaling moeten doen voor het NP waar we vanaf aanstaande zaterdag zullen verblijven.

Onderweg voelen we ons geregeld de rattenvanger van Hamelen; een hele sliert kinderen verzamelt zich om ons heen en loopt met ons mee, de meesten willen ook nog graag een hand van een van ons vasthouden. We hebben geen idee of deze kinderen de weg terugvinden, of dat iemand ze mist. Onderweg bewonderen we ook de manier waarop ze hier ‘stenen’ maken uit de aarde. We weten niet precies de weg, maar worden iedere keer geholpen door de vriendelijke bewoners. Af en toe lopen we over de erfjes van de armoedige hutjes waar kippen en geiten rondscharrelen.

De betaling kan niet doorgaan want onze dollars, verkregen bij GWK, worden niet geaccepteerd – te oud.

Na een heerlijke cappuccino lopen we langs de hoofdweg terug. De douche is inmiddels gerepareerd zegt men, dus even lekker douchen voordat we uit eten gaan. Helaas, geen warm water……. Maar even goed heerlijk gegeten aan de rand van een zwembad in het luxe resort Silver Springs. Voor vervoer kun je hier kiezen uit een ritje achter op een bromfiets (boda-boda) of een taxibusje. Omdat het vervoer hier erg chaotisch en gevaarlijk is het niet raadzaam om in de avond met een bromfiets te gaan. Er blijken echter zoveel mensen in een taxibusje te kunnen dat je je kunt afvragen hoe veilig dat is. Als we op de terugweg wachten op een taxibusje met ruimte voor 7 personen komt onze gastheer Denis langsrijden en komen we comfortabel thuis. Nu nog even het koude biertje en dan toch nog laat naar bed.

Donderdag 12 november 2015

Na het ontbijt van Olive gaan we weer naar school. We zullen vandaag onze sponsorkinderen ontmoeten. In het kantoor op school staan de koffers met lesspullen en cadeaus, daar worden de kinderen om beurt binnen geroepen. We maken kennis met onze sponsorkinderen Msubuga en Angela. Twee verlegen kindertjes die voornamelijk naar de grond kijken, fluisterend ‘yes’ antwoorden op iedere vraag en beleefde buiginkjes maken naar ons. Msbuga krijgt van ons een doos Knex en op onze vraag of hij dat leuk vindt knikt hij bijna zijn hoofd eraf en glundert. Angela krijgt een schoudertas met allerlei schoolspullen en klein speelgoed erin. Op Lia’s advies nemen we haar vervolgens mee naar de dame (Letitia) die de schooluniformen verzorgt voor een nieuwe rok, blouse en trui. Annelies vraagt of er nog meer kinderen zijn die een sponsor nodig hebben want zij wil ook wel een kind blij maken. Nog geen half uur later is zij de trotse moeder van Aniku.

Na weer een lunch bij Olive in het Guesthouse wandelen we naar Bukasa, waar Charles de I, de oude directeur van Luzira school nu hoofd is.

Ton en Lia hebben met Charles altijd contact gehouden en zijn van plan deze school ook te helpen nu ze de hulp aan Luzira school langzaam gaan afbouwen.

Het is een mooie wandeling. Eerst passeren we de Luzira gevangenis, de grootste gevangenis van Uganda. Als je elders in Uganda zegt dat je uit Luzira komt dan volgt geheid de opmerking dat ze Luzira alleen kennen van de gevangenis. Het is inderdaad een gigantisch complex. Hierna lopen we door een moeras langs/over een spoorlijn die niet meer in gebruik is bij de spoorwegen, maar dus nog volop door wandelaars en (brom)fietsers wordt gebruikt. Na een poosje verschijnen langs het spoor steeds meer hutjes. Wat een armoe hier, je moet er niet aan denken dat je hier ook maar een dag zou moeten leven. Maar de bewoners zien er vaak opgewekt en vrolijk uit, ze zwaaien naar ons en – net als overal – roepen de kinderen ons na: Muzungu, Muzungu! We verlaten het spoor en komen in de wijk Bukasa, Ton is hier vorig jaar via dezelfde route op de fiets heen gegaan, maar is nu ook even het spoor bijster. Ook de telefonische aanwijzingen helpen ons niet echt verder en we nemen een taxibus. We kijken onze ogen uit in de wijken met huisjes en hutjes waar we doorheen rijden. Nou ja hobbelen…..de wegen zijn zo mogelijk in nog slechtere staat dan de onderkomens. Na een rit die ongetwijfeld enkele blauwe plekken heeft opgeleverd komen we aan de rand van Bukasa aan bij de school.

Bukasa

De ligging is prachtig, de gebouwen erg armoedig, maar ze hebben hun best gedaan op de tuintjes en paden tussen de gebouwen. Je kunt zien dat hier met liefde wordt gewerkt met de zeer beperkte middelen die er zijn. We worden uiterst hartelijk verwelkomd. In sommige klassen wordt heel druk geoefend voor de voorstelling op de laatste schooldag (4 december) en we kijken in wat klassen, spreken docenten en kinderen en Charles laat ons zien waar de nieuwe gemeenschappelijk ruimte moet komen en de toiletgebouwtjes. Ook praat ik nog een hele poos met docente Doreen, een heel pittige tante met duidelijke liefde voor haar vak. Als we naar de hoofdweg teruglopen voor een taxibus, worden we begeleid door Charles en een hele schare kinderen. Achteraf hadden we beter terug kunnen lopen, want met de taxibus moet je om het moeras heen, de hele stad door en de spits is begonnen. Toch is het staan in de file hier ook een bijzondere belevenis. Ten eerste om de wonderlijke chaos van het verkeer en ten tweede omdat dat er zoveel te zien is langs de weg dat het bijna jammer is dat het verkeer even doorrijdt.

Vies en bezweet komen we terug, maar helaas – vooral ook voor de groeiende baard van Gerard – er is nog steeds geen warm water bij ons. ’s Avonds eten we bij de Italiaan, mooie locatie, maar de pizza’s zijn smakeloos. Het kost moeite om een taxibus terug te krijgen, ze zitten allemaal vol. Net als we aan het onderhandelen zijn met iemand over de prijs van privé vervoer terug hebben we geluk en stopt er toch een taxibus. Opgestapeld met 17 personen in een bus rijden we terug van Bugalobi naar onze Guesthouse.

Vrijdag 13 november 2015

Vandaag vertrekken Sandra en Luck al vroeg naar school, ze hebben afgesproken dat ze in een klas een door hen voorbereide les gaan geven. De rest vertrekt later en terwijl Ton en Lia de nodige zaken hebben te bespreken met Charles en de zijnen, Gerard rustig zijn ogen de kost geeft en met iedereen een praatjes maakt gaan Annelies en ik een les bijwonen. Wat een verschil met Nederland!, een elektronisch bord is iets van een andere planeet, interactie met de leerlingen is twee bruggen te ver, maar ook een schriftje en boeken voor ieder kind zijn hier niet aan de orde. De leraar schrijft iets op het bord terwijl hij hardop zegt wat hij schrijft. Daarna herhaalt hij het en op een teken van hem wordt de zin klassikaal herhaald. Zolang je niet expliciet daartoe wordt uitgenodigd doe je je mond niet open, noch tegen de leraar, noch tegen elkaar. Die discipline is in onze ogen vreselijk, maar tegelijk is het duidelijk dat er geen andere manier is met zoveel kinderen in de klas. Geen wonder dat deze kinderen zachtjes praten en alleen ‘yes’ zeggen als je ze iets vraagt. Hen wordt ook gewoon nooit iets gevraagd…. Van Patience horen we dat Msubuga zijn cadeau niet heeft meegekregen. Op alle andere cadeaus stond een sticker met naam en op deze doos niet vandaar……….. Goed dat we dit horen zodat we het meteen kunnen rechtzetten. Krijg je een cadeau, verzekeren die muzungu’s dat het helemaal van jou is, krijg je het niet mee van de school. En je hebt geleerd dat je niets mag zeggen tegen volwassenen, dus je moet dat zomaar accepteren, arme jongen….

Na de lunch gaan we in ‘nette’ kleren terug naar school voor de uitvoering ter ere van ons bezoek.

Lia had – wijs geworden van vorige edities – vooraf Charles op het hart gedrukt er geen lang programma van te maken, hooguit 1½ uur. Als we het programma krijgen zien we een programma van 14.00 tot 17.00 uur, dus weten wat ons te wachten staat (in ieder geval niet te veel drinken van de softs die ons worden aangeboden want dan zullen we hier naar het toilet moeten en dat is geen pretje). De kinderen hebben er in ieder geval veel plezier in.

Feest

We zitten op de eregalerij te genieten van de optredens van alle groepen. Dans, zang en toneelstukjes wisselen elkaar af. Als de eerste groep geweest is weten we in ieder geval zeker dat het niet om 5 uur afgelopen zal zijn; planning en structuur zijn hier gemiddeld niet de sterkste punten.

Feest1

Er zijn ook veel ouders, broertjes en zusjes aanwezig, af en toe komt er een naar voren om een optredend kind een muntje of snoepje toe te stoppen. Op de eregalerij zitten ook pastoor, vertegenwoordiger ouderraad, en een aantal hotemetoten dat hier ongetwijfeld zit als onderdeel van hun werktijd. Iedereen wordt genoemd en verwelkomd, zo ook de vervanger van de MP (member of parliament), totdat Charles II via zijn secretary hoort dat de echte MP onderweg is. Vanaf dat moment staat de hele agenda in het teken van de verwachte komst van deze MP, wat een eer. De vervanger kan gaan, hij is niet meer in tel. Om het kwartier wordt het bericht herhaald dat hij onderweg is, maar we zullen hem niet zien. Om 18.00 wordt het opgegeven (logisch, iedereen kent toch de files, daar kom je echt niet doorheen om naar een staatsschool in een arme wijk te komen, tenzij het stemmen of anderszins iets oplevert). Ondertussen worden er ook de nodige toespraken gehouden, de meeste daarvan interesseren niemand, maar het hoort bij de ceremonie. De kinderen en hun ouders wachten het allemaal geduldig af, opvallend hoe rustig de kinderen eronder blijven, zou je in Nederland echt niet moeten doen.

Toespraak Sandra
Ton en Sandra hebben ook een korte toespraak, Ton overhandigt cadeaus en daarna moeten we allemaal één voor één naar voren komen om een certificaat in ontvangst te nemen. Zonder de handtekening van de MP, dat dan weer wel…. De middag eindigt met ons allemaal op de dansvloer, alle kinderen willen even je hand vasthouden tijdens het dansen, met ruim 1300 kinderen op een school is de drukte voorspelbaar.

Na een douche, voor Gerard en mij nog steeds een koude, gaan we weer op pad voor een heerlijk etentje, dit keer bij een sfeervol Indiaas restaurant. Bij terugkomst ontmoeten we ook de twee jongste kinderen van Olive en Denis; Tracey en Angel. Nog even een biertje op de porch en dus weer te laat naar bed.

Zaterdag 14 november 2015

Vandaag nemen we afscheid van Denis en Olive, we gaan naar Murchison Falls NP, via Kibangya en Masindi. Daniël staat op tijd klaar met zijn bus die ons de komende 12 dagen door het land zal brengen. Het moet wel een goede bus zijn want hij is al erg oud, maar dus nog in staat de Ugandese gatenkaas van wegen te overbruggen. De bus heeft een uitklapbaar dak zodat we in de wildparken ook staand zullen kunnen genieten van de dieren.

Bus

Het is een hele klus om alle bagage in de bus te krijgen, maar toch nog redelijk op tijd vertrekken we uit Kwera Guesthouse. Kampala heeft geen rondweg, dus we moeten eerst de hele stad door, het verkeer is hectisch en we snappen nu waarom Daniël vroeg wilde vertrekken om de drukte voor te zijn. Gelukkig is het zaterdag, door de week hadden we minstens dubbele tijd nodig gehad om de stad te doorkruisen. De stad oogt niet bijzonder aantrekkelijk, de wegen zijn slecht, het stadsverkeer stinkt en na een uur rijden en file staan zijn we al behoorlijk rood van stof en zit ik de hele tijd met m’n neus in mijn shirt vanwege de dieselwalmen. Gelukkig weet Daniël een paar aardige sluipdoor routes door de weinige dure wijken van de stad en na een paar uur stadrijden kunnen we weer ademhalen en verschijnt er een heel nieuwe landschap. Kleine primitieve dorpjes met hutjes, prachtige landschappen en grotere dorpen met veel bedrijvigheid in de bermen, wisselen elkaar af. Verderop komen we door een prachtig moerasgebied. We lunchen onderweg in het enige restaurant dat er betrouwbaar uitziet voor onze tere westerse ingewanden. Nog verderop zien we de eerste apen, varkens, patrijzen etc. Het schemert al als we aankomen in Red Chilli, ons onderkomen in het park gelegen op een klif aan de Nijl dat een prachtig uitzicht garandeert. De huisjes (banda’s) zijn gebouwd in de traditionele ronde vorm.

Murchison

Helaas, onze banda heeft wel een douche met een haakje om hem op te hangen, maar geen warm water. Later gelukkig wel en kunnen we eindelijk ons haar wassen en lekker helemaal onder de douche. Wat een genot na zo’n stoffige dag, volgens mij krijg ik de rode stof nooit meer uit m’n neus en oren. Het restaurant en terras bieden een prachtig uitzicht op de overkant van de Nijl en de sterrenhemel. Veel te lang zitten we hier met ons biertje en wijntje na te genieten. Terwijl we hier gezellig zitten roept iemand dat Gloria terug is, we hebben inmiddels gelezen dat Gloria het Nijlpaard is dat ’s nachts tussen de banda’s van Red Chilli graast, dus voorzichtig gaan we gezamenlijk terug naar onze banda’s. Morgenvroeg moeten we heel vroeg op om de boot van 7 uur over de Nijl te halen voor onze eerste safari in Murchison Falls NP.

Zondag 15 november 2015

Wij zijn op tijd, maar onze bestelde ‘meeneem’ ontbijtjes staan niet klaar en er is geen koffie/thee. Wel stress. Na aandringen bij het meisje met de slome ogen krijgen we een improvisatieontbijt mee, dus op naar de poort, dan maar geen koffie/thee. Maar we mogen de poort niet uit want nog niet betaald voor de safari. Er kunnen maar 8 busjes op de boot, dus we willen weg naar de rij voor de pont. Ton blijft achter voor de betaling en wij mogen door. Gelukkig zijn er nog geen 8 busjes en is Ton op tijd weer bij ons. De pont over de Nijl ziet er niet echt betrouwbaar uit, maar dat zal wel aan mijn verstand van techniek en ponten liggen, ik besluit er niet over na te denken en gewoon over te steken tussen de krokodillen en nijlpaarden door, brrr.

pond

Aan de overkant bezoeken sommigen nog het toilet, terwijl ik een foto maak van een ‘saucijzenboom’, als Daniël ineens met en paniekstem roept dat we ramen, deuren en dak van de bus moeten sluiten. Achterom kijkend zie ik meteen waarom; uit een bus klimt een aap met een zak ontbijtpakketjes terwijl de hongerige eigenaren van het ontbijt hem roepen en proberen de zak terug te krijgen, tevergeefs natuurlijk. Een eindje verder staat op een bord de waarschuwing dat bavianen ontbijtjes stelen uit auto’s en dat het aangeraden wordt deuren en ramen te sluiten. Tja, beetje mosterd na de maaltijd, waarom staat dat bord niet aan de andere kant van de Nijl bij de pont?

Olifant

De safari is prachtig. We zien twee keer een ‘lone bull’ (olifant die niet bij een kudde hoort),
veel antilopen, parelhoenders, kraanvogels, wrattenzwijnen die hun koddige staartje omhoogsteken als ze onverwacht elegant weglopen, giraffen, buffels en een schitterend landschap.

Leeuw De ranger heeft contact met andere rangers en vertelt dat er leeuwen zijn gesignaleerd. Inderdaad staan we even later te kijken naar een leeuwin met drie jongen. Ze heeft een kleine antilope gevangen en nu moeten haar jongen leren hoe je zo’n prooi ontleedt voor de maaltijd. Ze spelen er alleen mee en hebben volgens ons nog wel een paar lesjes nodig voordat ze begrijpen dat het voedsel is. De moeder dolt met haar jongen. Dat alles op een paar meter afstand zonder dat ze zich laten storen door de toeschouwers, prachtig!
Na de lunch vertrekken we weer naar de oever van de Nijl, ditmaal voor een boottocht. We zien uiteraard veel nijlpaarden, verder krokodillen in diverse afmetingen, wrattenzwijntjes, vogels en als hoogtepunt een luipaard in een boom aan de oever.Luipaard

Helaas geen kudde drinkende olifanten, de gids legt uit dat het daarvoor te nat is, er is in het park zelf genoeg water. Jammer, maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben besluiten we.

Falls

De watervallen komen in zicht en bieden een prachtig uitzicht. Behalve Ton, die zich terug laat varen, stappen we uit voor een wandeling naar de top van de watervallen alwaar Daniël met de bus zal klaarstaan om ons terug te rijden naar ons basiskamp.

We worden vooraf gewaarschuwd ons goed in te smeren met Deet vanwege de Tse tse vlieg. Onderweg tijdens de wandeling is het erg heet en vochtig, hopelijk zweet niet alle Deet weg en worden we alsnog gestoken door zo’n vlieg. De gids zegt wel dat ze hier niet besmet zijn, maar dat klinkt niet erg vertrouwenwekkend. De watervallen komen steeds dichterbij en de uitzichten worden steeds mooier. Boven de watervallen aangekomen zijn we inmiddels drijfnat van het zweet, maar wat een spectaculair uitzicht en wat een natuurgeweld.

Falls2Falls1

Daniël staat al op ons te wachten en brengt ons met de bus terug naar Red Chilli waar Ton inmiddels al is aangekomen en grote verhalen heeft over mooiere krokodillen dan op de heenweg en natuurlijk een kudde olifanten, hij wel….

Als ik ‘s avonds vanaf de veranda even naar onze banda loop om iets te halen struikel ik bijna over nijlpaard Gloria die dicht bij onze banda staat te grazen. Dat is wel even schrikken. Even later struikelt iemand anders bijna over één van de 3 wrattenzwijnen die hier ook geregeld rondscharrelen en zich soms zomaar op een pad laten neerploffen voor een dutje. Die nacht horen we ook apen op het dak van onze banda. Morgen gaan we afscheid nemen van Sandra en Luck. In de avond arriveert chauffeur Paul met een tweede auto, hij neemt Sandra en Luck mee via Kibale Forest (chimpansees) naar de luchthaven Entebbe. Daniël toont trots de auto waarmee Paul gekomen is, het is namelijk de bedoeling dat Sandra en Luck de bus meenemen en wij met de andere auto onze tocht voortzetten. Ik vind de auto erg klein voor 6 personen en bagage, ook heeft deze auto geen open dak. Minstens 1 persoon zal achterin overdwars op een soort strafbankje bij de bagage moeten zitten. Maar ik besluit me er niet mee te bemoeien, Ton regelt alles uitstekend en er zal ongetwijfeld een reden zijn dat wij met deze wagen verder gaan. Ik heb in ieder geval gehoord dat de bus geen power genoeg heeft om ons in het noorden door Kidepo NP te brengen. Even later meldt Ton dat hij ook niet blij is met de oplossing en dat hij dat Daniël ook duidelijk heeft laten merken. Wij willen met de bus, desnoods moeten we in Kidepo maar iets anders huren, Ton overweegt zelfs om Daniël de opdracht te geven om te zorgen dat er een andere auto naar Kidepo wordt gereden.


Maandag 16 november 2015

Maandagochtend komt Daniël met het voorstel om te ruilen van vervoermiddel; hij heeft inmiddels gebeld met Kidepo NP en de wegen zijn momenteel goed genoeg voor de bus. Nu moeten er nog allerlei vouchers worden geruild want we zijn met 7 personen binnengekomen en dan kun je er niet zomaar met 5 uit. Gelukkig blijven die 5 dus wel in hetzelfde voertuig anders was het helemaal moeilijk geworden. Bonnetjes en vouchers zijn hier erg belangrijk, en flexibel denken is hier moeilijk en in ieder geval een reden om smeergeld te vragen.

Ton gaat mee naar de poort en er wordt gebeld met de hoofdpoort. We hebben er vertrouwen in dat het goedkomt.

Lucky en SandraNatuurlijk te laat zwaaien we Luck en Sandra uit en bestellen ontbijt. Dat duurt zo lang dat we de pont dreigen te missen voor onze doorreis naar de andere uitgang in het noordoosten, de pont gaat maar 1 keer per 2 uur, dus snel iets eetbaars in een zak gevraagd en op weg.

We gaan over de Nijl noordwaarts op weg naar de uitgang en verder richting Gulu. Helaas gaan we maar een klein stukje meer door het park, daarna moet de het dak weer dicht en rijden we zowaar over een redelijk vlakke asfaltweg. In Gulu lunchen we in een luxe resort. Net als wij willen eten beginnen ze aan de overkant van de weg met veel lawaai bomen te zagen, maar een duitje in de hand van Ton, met verwijzing naar de snack verderop bij de benzinepomp zorgt ervoor dat er geen lawaai meer klinkt terwijl zitten te genieten van ons broodje in deze mooie omgeving. Er is zowaar wifi en onder het eten zijn we allemaal druk met schrijven, lezen en versturen van apps. Ik bel nog even naar Pa en Ma om te horen hoe het met de huizenkoop gaat, maar daar komt geen bemoedigend antwoord vandaan.

De reis gaat verder naar Kitgum waar we zullen overnachten. Onderweg komen we veel mooie dorpjes, bedrijvigheid en natuur tegen. De ‘hoofdweg’ is naar Ugandese begrippen goed, maar zou bij ons het predicaat ‘onbegaanbaar’ krijgen. Er lopen en fietsen veel mensen die dus allemaal een lading stof moeten happen als wij passeren. Knap wat de vrouwen allemaal op hun hoofd, en de mannen op hun fiets vervoeren.

Steen op de wegEén keer is de weg echt onbegaanbaar. Blijkbaar heeft de vervoerder van materialen wel grote rotsblokken gedumpt voor de verbetering van de weg, maar is degene die het moet verwerken ter plekke, nooit komen opdagen. Met vereende krachten worden wat blokken opzijgeschoven zodat we toch verder kunnen.

Laat in de middag komen we aan bij Fuglys in Kitgum; een klein hotel met 4 kamers in een prachtige besloten tuin. Zelfs een klein zwembad is er. Heel grote kamers, maar bij ons is het water weer koud. Gelukkig woont Annelies naast ons en mag ik daar douchen en mijn inmiddels rode haar wassen.

Bij het standaard biertje (Bell, Nile, Club) ontmoeten we Erik, een Brabander die alleen op stap is hier. Hij vertrekt ook naar Kidepo maar vertrekt morgenochtend veel vroeger dan wij.

Ook hebben we nog een gesprek met een paar Ugandezen die zich afvragen waarom het toch niet lukt om ananassen te exporteren terwijl in Uganda toch de allerlekkerste en allergrootste ananassen geteeld worden. Ik denk dat ze de oorzaken dichter bij huis moeten zoeken dan ze momenteel doen, ze verbouwen inderdaad van alles en het smaakt allemaal heel goed, maar om te exporteren moet je wel leveringszekerheid kunnen bieden en zowel de infrastructuur als de structuur die de bevolking kan aanbrengen kan nog wel een verbetering gebruiken voordat er van enige export sprake kan zijn.

Maar hoe zeg je dat netjes?

Dinsdag 17 november 2015

Gerard en ik wandelen vroeg in de ochtend een stuk door Kitgum, de schoolkinderen grinniken alsof ze nog nooit een blanke hebben gezien, maar ze groeten ook vriendelijk, net als alle anderen die we tegenkomen, het is al erg heet, we zijn bezweet als we terugkomen. Na het ontbijt vertrekken we weer en rijden eerst een stuk over een erg slechte weg nadat we eerst nog het stadje zijn in geweest voor water, extra jerrycan diesel en een nieuwe zekering voor de wereldstekker van Annelies.

Het landschap verandert langzaam, er komen bergen in zicht. Ook de hutten zien er anders uit, en er lopen herders met kuddes langs de weg. Wat niet verandert is de zwaaiende kinderen die ‘Muzungu, Muzungu’ roepen. In de loop van de middag komen we aan in Kidepo NP en we zien meteen veel buffels, hartebeast en andere dieren. Ton en Lia hadden ons voorbereid op een primitief onderkomen voor de komende nachten en hopelijk genoeg te eten daar, maar de banda’s zijn veel minder primitief dan we dachten, we hebben zelfs een eigen badkamer (maar geen warm water natuurlijk). In de buurt ligt een heel duur resort met capaciteit van 20 personen dat 600 dollar per nacht kost (all inclusive). Omdat bij onze banda’s nog geen koud bier is besluiten we even naar het resort te gaan. We vinden alles gesloten, maar als we plaatsnemen op de lounge banken op het hoge overdekte terras met uitzicht, gaat Ton op onderzoek uit en komt terug met een personeelslid dat ons kan voorzien van een koud biertje. We zitten dan al heerlijk te genieten van het uitzicht, maar met een drankje erbij is het nog mooier. 4 giraffen passeren evenals wat kleiner wild. ’s Avonds als we bij het restaurantje op ons eigen park eten komt er een Zwitserse gepensioneerde piloot bij ons aan tafel zitten die al 20 jaar in Kenya woont en voor het rodekruis heeft gewerkt. Het werd erg gezellig. Erik was eerder gearriveerd zagen we in het gastenboek bij de ingang van het NP, maar we hebben hem die avond niet meer gezien.

Woensdag 18 november 2015

We ontbijten al om 06.30 (met maismeelpannenkoek met omelet erin gerold) en vertrekken om 7 uur voor een safari drive met eigen bus. Ranger Bernhard gaat met ons mee. We zien veel antilopen, ik kan niet alle soorten uit elkaar houden, maar er zijn in ieder geval Oribi’s, hartebeast en waterbucks bij. Verder heel veel buffels (wat stinken die zeg), zebra’s en prachtig gekleurde vogels. Ondanks het uitblijven van spectaculaire dieren is het prachtig, vooral het landschap is adembenemend mooi. Als we denken dat het al bijna voorbij is gaan we opeens van het pad af omdat de ranger giraffes heeft gespot. Het zijn er veel en we moeten langs een troep van zo’n 200 buffels om dichterbij de giraffes te komen. Ze lopen dreigend naar voren, rennen dan weg, maar de leiders komen opnieuw naar voren en kijken strak naar onze bus. We vragen ons af wie nu wie observeert. Dichterbij de giraffes gekomen, blijken het er 16!

giraffen

Met de 4 van gisteren erbij hebben we al 50 % van de populatie giraffes gezien. En het landschap waarin ze stonden was ook schitterend. En zo dichtbij, we konden ze bijna aanraken. Wat een geluk dat we met de bus zijn en niet in de landcruiser zoals eerst de bedoeling was. Na de lunch hebben we tijd om even te relaxen op het terras met een boekje en een kop thee. Er lopen apen rond en de jakhalzen zijn voortdurend aan het kijken of er iets te halen valt. Ton komt terug van een rondje wandelen op het terrein en zegt dat er behoorlijk wat gezinnetjes met kleine kinderen wonen die er erg armoedig bijlopen. We hebben nog een koffer met spullen mee, eigenlijk bedoeld voor de kinderen van de koffieplantage bij Sipi, maar ze zullen hier ook erg goed van pas komen. Ton gaat de vrouwen vertellen dat ze met de kinderen naar het restaurantje kunnen komen en daar op de grond plaatsnemen. We delen eerst het speelgoed uit (voelt gek om witte popjes met blond haar uit te delen aan deze kinderen, en één blote barbie met volgroeid lijfje houd ik achter, ik wil niet het risico lopen dat ze hier een raar idee krijgen van westers speelgoed ;-)) en daarna voor iedereen wat kleding. De meesten zijn er blij mee, maar na afloop zijn er een paar vrouwen die wat bozig kijken, want voor hun baby’s hebben ze niets gekregen. We leggen uit dat we geen babykleertjes bij ons hebben dus dat we die ook niet kunnen geven en ze druipen af.

In de namiddag gaan we nogmaals op stap met dezelfde ranger voor de avondsafari. Veel mooie vogels gezien, waaronder honderden zwarte ooievaars. Prachtige avondluchten en als toetje stond daar een koppel zebra’s en hartebeast en varkens. ’s Avonds zitten we gezellig op het terras met ons biertje en het resultaat van de kok van vandaag. Keus is er niet, maar de verse frietjes en groentemix zijn heerlijk. Het probleem voor het ontbijt morgenvroeg wordt ons meegedeeld; er is geen brood meer en het meel is op, we kunnen kiezen tussen Spaanse omelet en gewoon omelet. Oeps, en dat net nu mijn darmen vandaag een tikkeltje van streek zijn. Hopelijk gaat dat morgenvroeg goed.

Gerard had gemeld dat ons lichtknopje het niet deed en we krijgen een andere banda. Gelukje want deze is schoner en nu hebben we meteen nieuwe handdoeken en een dichte klamboe. En wellicht is die grote kakkerlak ook in het andere huisje achtergebleven, brrrr.

Donderdag 19 november 2015

Na het dunne omeletje gaan we om 7 uur met de ranger in de auto op pad. Na een stukje rijden zien we giraffen. Het zijn dezelfde 4 van eergisteren. Verder hartebeasts, waterbokken, buffels en zebra’s. We stappen uit en wandelen tussen de dieren door, prachtig is dat. De buffels dreigen even (het zijn er veel, maar ze blijven gelukkig op redelijke afstand staan).

buffelsZebra's

De giraffes zijn nog nieuwsgieriger dan wij. Een stuk verderop pikt Daniël ons met de bus weer op. We rijden verder en komen Erik tegen die olifanten heeft gespot. We blijven een poos staan om ze te observeren en rijden dan een hele poos door naar het noordelijk deel van het park. Het landschap verandert steeds en is erg mooi, aan dieren zien we niet veel, behalve een lone bull in de verte, een mooie secretarisvogel en een ooievaar met erg rode poten. We stoppen bij een droge rivierbedding van de Kidepo, hier wandelen we een stukje. Het is er erg heet en helaas zijn er ook vieze steekvliegen. Bij het instappen begint Gerard vreselijk te knetteren; hoofd gestoten, de vellen hangen erbij. Bij Hot Springs in het noorden stoppen we, het is niet echt bijzonder hier, maar Gerard besluit dat het water uit de spring geneeskrachtige eigenschappen kan hebben en plenst er flink wat van over zijn hoofd. Als we teruggaan vraag ik me af wat het dorpje daar in het park doet, het blijkt geen gewoon dorp maar een legerbasis, er staan zelfs een paar tanks onder wat camouflagedekens. We gaan een stuk rechtsaf en steken de Soedanese grens over; zijn we daar ook even geweest. Op de terugweg zien we niet veel nieuws maar genieten erg van het prachtige afwisselende landschap.

Na de lunch (weer spaghetti) lekker uitrusten, douchen schone kleren aan en lekker lezen op het terras. Gerard en Ton gaan wandelen zeggen ze, maar later horen we dat ze op het terras van het resort zijn geëindigd, jaja. Als ik even een dutje doe, komt Gerard binnenrennen en vraagt of ik mee ga want er zijn olifanten gespot. Ik bedank voor de eer en maar goed ook, want ze konden nergens dichtbij de olifanten komen. ’s Avonds wordt het druk op het park. Alle banda’s zijn vol, de kok loopt de benen uit z’n gat om iedereen van eten te kunnen voorzien en er wordt een kampvuur gemaakt. We eten heerlijk; rode bonen met rijst en groente (de kip is op). Na het eten gaan we bij het kampvuur zitten en hebben interessante gesprekken met een Nederlander die 7 jaar in Kampala heeft gewoond en een biologe die hier komt wonen voor een project dicht bij Kidepo. We krijgen een tip voor morgen onderweg naar Moroto om in Kotido aan te gaan bij een Nederlandse. Verder nog gezellig rond het kampvuur gezeten met mooie verhalen over en weer. Sandra en Luck nog gebeld, die missen toch veel…………

Vrijdag 20 november 2015

Ons laatste ontbijtje en laatste keer rondkijken op de uitkijkpost. Als we ingepakt hebben komt een ranger aanlopen en wijst ‘kijk olifanten’ We besluiten erheen te rijden en observeren van heel dichtbij een groep van 8 olifanten inclusief 2 kleintjes. Wat een mooi afscheid van het park.

De route door het park en ook erna is mooi, heel gevarieerd. Prachtige rotsformaties en mooie authentieke dorpjes.

mensen langs de weg

Er wordt hier veel op het land gewerkt, vee gehoed en op de weg is het druk met fietsers en wandelaars en heel af en toe een bromfiets of vrachtauto.

De weg is goed en we komen al voor de middag aan in Kotido. De Nederlandse is er helaas niet, ze is bij een ander project in Mbale. We drinken onder veel bekijks iets op een terrasje. Eten durven we er niet. De blaas legen eigenlijk ook niet, maar de nood is te hoog. Neus dicht, verstand op nul en gaan dan maar.

De weg blijft goed en we zijn al om 2 uur in Moroto. Het laatste stuk onderweg was het veel droger, armer en zagen we ook op verschillende plekken vrachtauto’s rijden van het World Food Program. Op een paar plaatsen werd voedsel uitgedeeld, er liepen veel mensen – ook kinderen- te zeulen met een grote zak rijst/meel?

De hotelkamer ziet er goed uit en er is warm water zeggen ze. Na een late lunch nog even het stadje in waar ik een mooi Masaikleed heb gescoord om als tafellaken te gebruiken, we ontdekken dat we in Lia Road lopen en natuurlijk moet Lia daarmee op de foto. We voelen ons vies van alle stof, maar willen voor we teruggaan iets drinken op een terrasje. Daarvoor moeten we eerst de serveerster wakker maken die op de grond voor de toonbank ligt te slapen. Als ze ons voorzien heeft van een koud drankje en we daarmee op het terras plaatsnemen, gaat ze naast Ton op de grond verder met haar middagslaapje. Het valt ons op dat hier erg veel NGO’s zijn, op alle landcruisers die passeren staat weer een andere naam van een hulporganisatie.

Daniël brengt ons terug naar het hotel, de douche is gewoon koud, maar de kamer is schoon, de klamboe is heel en er is ook gewoon elektrisch licht. We tellen onze zegeningen.

De mensen zien er anders uit hier dan in het noorden en westen. Ze zijn erg lang met sierlittekens in het gezicht en kleden om in plaats van kleren aan.

Zoals de Masai in Kenia. Na het eten informeren we naar de wifi mogelijkheden die hier zijn. Het blijkt dat we een pakketje kunnen kopen en krijgen een apparaat mee waardoor we kunnen inloggen. Vreemd is wel dat we dezelfde code krijgen als iedereen, maar ja, we zijn blij dat we contact kunnen maken met onze eigen wereld en denken daar verder niet bij na.

Zaterdag 21 november 2015

Het blijkt dat er toch warm water is, we hadden gewoon de kraan te ver opengezet. Na het ontbijt gaan we met een gids op pad voor een wandeling naar een krater.

Verhaal van het hotel vooraf: er is een wandeling waarbij je 2 uur omhoogloopt naar een kratermeer waar je ook kunt zwemmen, daarna is het 1 uur terug. Dus we nemen zwemkleding en handdoek mee en verheugen ons op een bad in een heus kratermeer.

De gids blijkt een jonge knul op rubberlaarzen die amper Engels spreekt, niet te snugger is, op geen enkele vraag een antwoord weet en geen idee heeft van hoogte of afstand. Hij kan ons dus niks vertellen (hoe hoog ligt Moroto? Hoe hoog gaan we klimmen? Wat zien we daar in de verte? Nada.)

Ook loopt hij behoorlijk snel en let er niet op of we hem volgen. Het is steil en af en toe lijkt er geen pad te zijn, we moeten geregeld ‘stop’ roepen omdat 1 van ons achterblijft.

Als we al behoorlijk lang hebben gelopen blijkt dat de krater vanaf dat punt nog 2-3 uur lopen is via een zeer steile route. Hij zegt dat er ook een andere route terug is en we kiezen daarvoor. Het uitzicht is prachtig, tijdens een bui schuilen we op het ‘erf’ van een stel met kinderen dat hier erg armoedig leeft en erg ook heel sjofel en apathisch uitziet. Het hutje is zeker niet waterdicht en we kunnen ons niet voorstellen dat je hier kunt leven, zo erg hebben we het nog niet gezien. Of het komt omdat we nu echt dichtbij zijn?

Wat een rotleven moeten die mensen hebben.

We komen langs de plek van de ‘Italiaanse priester’. In Kidepo was ons verteld dat we die moesten vragen of de kortste weg van Moroto naar Sipi begaanbaar zou zijn. Helaas leeft de priester niet meer. Hij heeft daar wel invloed gehad, want iedereen die ons daar groet doet dat in het Italiaans in plaats van het Engels. Vanaf dat punt is het nog een uur lopen zegt men. Maar een uur later zegt de gids nog steeds dat het een uur is. Als Ton verbaasd zegt: Een uur? zegt de gids snel ‘Een half uur’. Hij zegt dus gewoon wat we willen horen maar weet volgens ons zelf ook niet meer waar hij is en hoe lang het nog gaat duren. Ondertussen is het erg heet, is ons water bijna op en begint onze maag ook wel een beetje te rammelen. We hebben inmiddels ruim 4 uur gelopen waarvan de laatste 2 echt in de brandende zon. Ton houdt een landcruiser aan van een of andere kerkelijke organisatie en vraagt of we mee kunnen rijden. Gelukkig kan dat en met z’n zessen stappen we in de auto die ons terug naar Moroto Mountain brengt. Echt een geluk, want lopend waren we zeker nog twee uur onderweg geweest. De gids krijgt geen fooi en als wolven vallen we aan op de lunch. Daarna lekker douchen. Gerard wil zich net gaan scheren, want immers warm water, als de stroom uitvalt. Moet hij zijn baard toch nog even houden.

Gek is het dat ons internet niet meer werkt, we hadden toch een heel pakket gekocht? Ons pakketje is op zeggen ze, maar dat kan helemaal niet want we hebben alleen een paar apps verstuurd. Annelies is des duivels en gaat de general manager zoeken om haar eens even precies en heel netjes te vertellen dat we dit niet pikken en wat deze mevrouw daaraan denkt te gaan doen. Even later hebben we weer wifi. Het blijkt dat iedereen die avond daarvoor dezelfde code had als wij, dus die hebben allemaal lekker filmpjes kunnen downloaden uit ons pakketje. Wat een chaos, volgens ons snappen ze hier amper wat wifi is en waar een wachtwoord voor dient. Enfin, we kunne weer even vooruit. Nadat iedereen de lange wandeling heeft afgespoeld komt Ton nog met het idee om naar het lokale museum te gaan, die man heeft echt een eindeloze energie. Lia gaat uiteindelijk mee, de rest gaat een kaartje leggen en een stukje lezen. Gerard gaat bij de lokale bevolking zitten om naar een voetbalwedstrijd te kijken, het is uiteindelijk zaterdag zegt hij en daar hoort toch even voetbal bij.

Het eten is prima en met een biertje en een wijntje wordt het zomaar weer laat.

Zondag 22 november 2015

Alles is weer ingepakt voor de rit naar Sipi. We willen de korte route (168 km) nemen via Nakapiripirit en informeren overal of die begaanbaar is want eerder moest je ver omrijden. Iedereen zegt dat het gaat, dus op hoop van zegen vertrekken we.

Het eerste deel in inderdaad een super route; een heel brede asfaltweg (de eerste van deze kwaliteit en breedte die we in Uganda zien) leidt volgens de borden naar Nakapiripirit. Deze weg is aangelegd door de Chinezen in ruil voor grondstoffen die zij hier halen. Alleen het stuk dat ze voor transport nodig hebben is geasfalteerd, daarna begint de zandweg met kuilen en gaten weer. Langs de weg hebben ze in een dorp zelfs aan beide zijden een stoep aangelegd, helaas weten de plaatselijke bewoners niet waar een stoep voor dient en lopen ze gewoon op de weg. De geiten weten het ook niet en liggen ook gewoon op de weg, ook de kudde wordt gewoon over de weg geleid. Er zijn zelfs zebrapaden????, verkeersborden waar niemand de betekenis van kent en bushaltes. Echt gekkigheid van die chinezen, maar nu kunnen ze wel mooi alles hiervandaan roven met hun grote vrachtauto’s. Die weg is prachtig, maar op het hele traject van 80 km komen we welgeteld 3 auto’s tegen.

Onderweg tot hier prachtige uitzichten op de bergen van Moroto.

Even later over de hobbelweg door kleine dorpjes, eigenlijk veel leuker. Maar soms ook erg spannend of we erdoor komen, ergens is een brug ingezakt en gaan we door het water. Maar we halen het en in 4½ uur hebben we de afstand van 168 uur overbrugd en komen we aan in Sipi Falls, de watervallen hebben we vanaf de route al geregeld gezien.

Onderweg zijn we ook nog een stuk door een Game reserve gereden waar we 6 mooie vogels en een baviaan hebben gespot.

Sipifalls is een druk klein plaatsje en in vergelijking met al het eerdere zou je het toeristisch kunnen noemen.

Sipi

Lacam Lodge, waar we verblijven, is een plaatje. Het ligt hoog naast de eerste waterval en is een uniek plekje met prachtige authentieke banda’s en een schitterend uitzicht en het permanente geraas van neerstortend water meteen naast de banda’s.

We eten onze meegebrachte ‘Rolex’ (we dachten dat we veel langer onderweg zouden zijn en hadden een lunch besteld in Moroto om onderweg op te eten) en maken een wandeling naar het viewpoint tegenover de lodge. Onderweg hebben we nog een lodge bekeken, die ook een mooi uitzicht en mooie banda’s had. Naar het viewpoint worden we begeleid door een jonge man. Het viewpoint ligt op hun gebied en je moet dus betalen voor het uitzicht. Als we eenmaal op hun landje zijn sluiten zich een leger kinderen en een oude man bij ons aan. Het uitzicht is geweldig en de paar muntjes dubbel en dwars waard. De kinderen zijn onnoemelijk vies en het hele dorp is dat eigenlijk ook. Er ligt veel plastic troep en het stinkt naar van alles dat rotten kan. De mensen zijn heel vriendelijk en besteden geen speciale aandacht aan ons. Ergens hangt een groot stuk vlees in de zon. Op een brommer wordt een stuk spaanplaat van 3 bij 1 meter vervoerd en zo hebben we veel te zien. Lia koopt een mooie ‘olifantenbroek’, die wil ik ook wel, maar die past mij vast nooit en passen kun je niet in zo’n winkel.

Na heerlijk genieten van het uitzicht en het dagelijkse biertje kleden we ons om voor diner dat speciaal voor ons hier is bereid en genuttigd bij licht van petroleumlampen. In iedere banda worden er ’s avonds ook 2 lampen uitgereikt, 1 voor de kamer en 1 voor de badkamer. Het is op deze hoogte (1750 m.) heerlijk fris dus weinig muskieten en slapen onder een dikke deken.

Maandag 23 november 2015

We worden vroeg gewekt door de waterval (hoewel ik denk dat ik juist door het geluid van de waterval de hele nacht erg licht heb geslapen, het is toch een permanente dreun die een aanslag pleegt op je gehoorzenuwen). Eerst genieten van de zonsopgang, het geluid van de vogels en het prachtige uitzicht op het stoeltje voor onze banda. We zien dat ze onder ons, achter de banda van Ton en Lia het vuurtje opstoken van de waterketel. Dat betekent voor hen eventueel een warme douche, maar als we zien waar de rook van het vuurtje heengaat dan betekent het allereerst dat ze hun hut uitgerookt worden. Je moet wat overhebben voor een warme douchebeurt hier. Gelukkig ligt onze waterton te hoog om ons uit te roken, helaas is die sowieso nog niet gestookt, dus koude douche. Het uitzicht vanuit de douche is trouwens ook prachtig, de hele hut inclusief de badkamer is opgebouwd uit bamboe en bananenbladeren. De douchecabine achter een gordijntje heeft een groot raam met, alweer, uitzicht op de waterval.

Dan op naar het beloofde echte Engelse ontbijt. Nou, dat valt een beetje tegen, het is weer de gewone zoetige droge toast en keus uit dezelfde variaties van de omelet en last but not least de onbestemde koffie met drab. Gelukkig is er vers sap en is het uitzicht geweldig.

Sipi1

Daarna neemt Joël, onze gids van vandaag – een goeie dit keer – ons mee voor een wandeling naar de watervallen. Het is een prachtige klim door bananen- en koffieplantage. In de koffiestruiken zitten veel kameleons. Hij laat ons er een zien, maar hoe we ook ons best doen, zelf ontdekken we er geen, zal wel aan de eigenschap van deze beestjes liggen.

Af en toe is het flink glibberen, maar met onze bamboesokken als hulp lukt het steeds om de gids tijdig te volgen op een volgende glibberpad. Joël vertelt veel en we kunnen hem alles vragen.
Een welbestede ochtend. Drijfnat van de waterval en het zweet komen we terug en genieten van een– deze keer echt een warme – douche. Gerard krijgt zelfs zijn baard van een week eraf. Na wat luieren gaan we nog een eind rijden op zoek naar een mooi uitzicht op de Mount Elgon, de hoogste top van Uganda gelegen tussen Sipi en de Keniaanse grens. De berg is niet echt te bereiken per auto, maar een mooi uitzicht erop moet toch ergens mogelijk zijn. Na bestudering van diverse kaarten en gidsjes, besluiten we hiervoor naar Bulago te rijden. Iedere kaart geeft andere routes aan maar de afslagen die we opnoemen bestaan niet in de praktijk. Als Daniël aan een groepje mannen op een kruispunt vraagt vertellen ze om beurten dat we linksaf een zandweg in moeten en dat die tot Bulago goed berijdbaar zal zijn. Nu zijn zandwegen in Uganda alleen goed als het droog is en helaas begint het een beetje te spetteren. De route is mooi, de mensen leven hier erg primitief maar voor ons interessant om te zien. De weg wordt slechter en slechter, het begint harder te regenen we hadden wellicht verstandiger gedaan om meteen te keren en terug te gaan. Maar we hopen dat het beter wordt en Daniël geeft ook nog niet aan dat het niet meer gaat. Maar het wordt niet beter, het pad loopt rond, de zijkanten zijn diepe geulen waarna de berm weer steil oploopt. Als we daarin komt is de bus zeker beschadigd en komen we niet meer op het pad. De gladheid van een Ugandese zandweg bij regen is te vergelijken met een beijzelde weg in Nederland. We kunnen nu echt niet meer verder en er wordt heel voorzichtig gekeerd. Daniël is zichtbaar gespannen en het kost hem veel energie om de bus op het midden van het smalle, ronde en nu dus spiegelgladde pad te houden. We applaudisseren als het is gelukt, pffff dat was echt spannend. We rijden op de terugweg door naar Kapchorwa voor flessen drinkwater en een volle tank en we pinnen nog de nodige Shillings voor Ton zijn opdracht bij de timmerman in Luzira. Het is een prachtige route, de huizen zijn duidelijk rijker (alles relatief natuurlijk, dat wel). We gaan nog naar het viewpoint van de lodge zelf, maar daar zitten nieuwaangekomen gasten, ook Nederlanders, daar hebben we echt geen behoefte aan. Een etage later genieten we op een gammel bankje van het uitzicht op de Falls tot Ton z’n bankje breekt en hij en Annelies achterover in het gras belanden. Dan genieten we maar gewoon verder op de veranda van het restaurant van de mooie avondlucht.

Het avondeten is lekker, maar overdadig veel. Daarna op het open terras genoten van de stilte, sterren en bijna volle maan en verstandig bijtijds naar bed.

Dinsdag 24 november 2015

Sipi2

Iedereen is vroeg op, eerst even buiten zitten lezen, ontbijten en genieten van de ochtendzon na de koude nacht.

Om halfelf gaan we op bezoek bij de koffieplantage aan de overkant met boer Fred, die daar woont en werkt samen met de leden van zijn ‘clan’. Tijdens de wandeling vertelt hij veel over alle gewassen die verbouwd worden, het vee dat ze houden en hoe ze onderling ruilen in plaats van geld verdienen ten koste van elkaar. Zo wordt je niet betaald als je een goede stier uitleent voor het dekken van een koe. Het klinkt als een commune, maar we hebben geen idee of dat hier overal zo gaat of niet. Ook Fred weet de kameleons feilloos te vinden en laat er een aantal zien. We komen langs een man die aan een pijp lurkt met een lokaal brouwsel dat er erg vies uitziet en we passeren ook huisjes waar doordeweekse bedrijvigheid heerst.

koffie

We zien hoe de koffie wordt geplukt, gepeld, gedroogd, weer gepeld, geroosterd, gevijzeld en met water gekookt tot drinkbare koffie. Het eindproduct dat gedeeltelijk door onze eigen inspanning tot stand is gekomen ruikt heerlijk, maar de smaak valt tegen, het is een beetje slappe joeks.
Tijdens de totstandkoming van het drinkbare eindproduct observeren we de rest van de gebeurtenissen op zo’n boerenerfje. Oma zit in een soort schuurtje poeder te schaven van een groot wit blok; gist? volgens de uitleg. Kinderen lopen in en uit de hutjes, sommigen verkleed als voor een feestje, anderen in hun blootje. Ook de kippen lopen in en uit dezelfde hutjes. In een hutje in de hoek bivakkeert een jonge moeder met haar baby. Op grote kleden liggen koffiebonen te drogen. Als er een paar druppels vallen worden alle bonen in een grote zak geschept. Even later is het droog, moeten ze nu weer alle bonen spreiden op de kleden; wat een arbeidsintensief werkje. We vragen ons af of je die bonen niet beter even kunt afdekken in afwachting van het vervolg van de bui, maar we doen het niet. We nemen afscheid van de familie en wandelen over een griezelig eng gebouwd bruggetje terug naar de doorgaande weg. Voor de aankoop van koffiebonen worden we doorverwezen naar het winkeltje waar Lia eerder haar ‘olifanten’ broek heeft gekocht. Inmiddels weet ik dat deze mij ook past en behalve kilo’s koffiebonen kopen we nog wat sieraden en ik dus twee van die broeken. Als we later dat koffertje onderweg openen komt er een heerlijke koffiegeur uit. Nu hopen dat we de bonen thuis zodanig kunnen malen dat die smaak terugkomt in een kop koffie.

Na een hete douche zitten we lekker te lezen als Ton aan komt lopen met z’n tros bananen, gisteren vertelde hij al dat één van de bananen was aangevreten. Hij grijnst ‘moet je zien, de aapjes willen een banaan’ We zien dat er steeds meer aapjes over de trapleuning met hem meelopen om een stuk banaan te bemachtigen. Hi gooit een banaan in stukjes weg terwijl hij de rest van de tros even achter zich op de grond legt. We lachen ons een kriek als 1 slim aapje steels met een wijde boog achter Ton komt en de hele tros meeneemt terwijl Ton niets in de gaten heeft. Prachtig gezicht. We besluiten nog een tripje met de bus te maken, eerst weer naar Kapchorwa voor Ton z’n gisteren gekochte, maar niet werkende, lokale internettegoed. Daarna willen we proberen naar het bezoekerscentrum van de Mount Elgon te gaan, we hebben gisteren een richtingwijzer gezien, het schijnt 6 kilometer van de doorgaande weg af te liggen. Al na 500 meter stranden we op de steile zanderige weg met gaten en grote stenen. We zijn benieuwd wie een bezoek kan brengen aan dit centrum waarvan dit de enige toegangsweg is. Wij in ieder geval niet, zeker niet na de traumatische ritervaring van gisteren. Dan maar even lekker lezen en genieten van het uitzicht op deze laatste avond hier. Heerlijk gegeten en op tijd naar bed.

Woensdag 25 november 2015

Om halfzes zit ik al buiten om de laatste keer de ochtendzon te zien schijnen op dit prachtige dal. Even zitten kletsen met Daniël die nog even naar de watervallen gaat hardlopen, op zijn slippers! voordat hij weer de hele dag achter het stuur moet om ons veilig het hele traject naar Luzira te brengen. Voor negen uur zijn we op pad. Via Mbale naar Jinja, waar we eerst de brug oversteken voor een lunch bij “The haven”. Ton heeft het ons beschreven als een klein paradijs, dus we zijn erg benieuwd. Voorlopig kunnen we ons niets hemels voorstellen hier, de weg is lang, slecht en er staan alleen armoedige hutjes langs. Maar dan na een laatste bocht gaat er een hek open en komen we op een terrein met gewone gebouwen. En als we door het hoofdgebouw heen naar het terras lopen houden we inderdaad onze adem in.

oega (50)

Een droomplek, inderdaad. We zitten op een prachtig terras aan de Nijl, die hier stroomversnellingen heeft die een heerlijk geluid veroorzaken. Tussen de kleine watervallen liggen grote stenen, eilandjes, en hier en daar zie je een vissersbootje. En dan de lunch; heerlijk!! We blijven zitten tot halfvier en moeten dan toch echt terug over de brug voor een tochtje op de Nijl. Onderweg krijgt Daniël een telefoontje van thuis dat hij vader is geworden van een zoon, eindelijk, we hebben hem gedurende de reis elke keer gevraagd of er al nieuws was en nu kunnen we hem eindelijk feliciteren. Jammer voor Lia dat het een zoon is anders was er weer een Ugandese kleine Lia bijgekomen. Op de vraag hoe de kleine gaat heten zegt hij telkens Ton Apeldoorn, maar dat geloven we niet.

nijl

Het Nijltochtje is erg leuk, gelukkig is de stortbui net weer over zodat we kunnen genieten van de vele vogels, de uitzichten over het Victoriameer en de verhalen van de gids over de bronnen hier die de oorsprong van de Nijl vormen, 70% van het Nijlwater komt uit het Victoriameer, de resterende 30% komt uit de bronnen op dit punt.

Na de tocht drinken we nog wat met Daniël om te proosten op de geboorte van de kleine en dan begint de lange rit naar Luzira. In kilometers is het niet zo ver, maar we weten inmiddels dat dat geen garantie is voor snelle aankomst. Het wordt snel donker en het verkeer is een gekkenhuis. Alles krioelt door elkaar, wandelaars, fietsers zonder licht, bodaboda’s zonder licht of helm, vrachtwagens met soms witte lichten aan de achterkant, of ook helemaal zonder verlichting. Geen lantaarns langs de kant van de weg, geen witte strepen op het wegdek, wel heel veel kuilen en gaten. En iedereen haalt iedereen in ter linker- en rechterzijde zonder zich iets aan te trekken van regels of gevaar. Zelfs grote olietankers rijden als gekken midden op de weg en halen met een noodgang iedereen in terwijl ze zelfs geen goede verlichting voeren. Het is een understatement om te zeggen dat dit spannend was. In een voorstad van Kampala eten we nog een hapje om de ergste drukte voor te laten gaan en vervolgens rijden we in een uurtje naar Luzira. Het voelt als thuiskomen als we de poort van Kwera Guesthouse doorrijden, vooral na de doorstane verkeersangsten. Even nog een drankje en dan naar ons ‘eigen’ bedje. Wel meteen ergernis over de badkamer, geen haakjes om iets op te hangen, geen plek om iets neet te zetten, geen haak om de douchekop te hangen, kan toch niet zo moeilijk zijn om dat iets comfortabeler te laten zijn? Maar alles gecompenseerd door de hartelijke ontvangst.


Donderdag 26 november 2015

In de ochtend naar Luzira school, er moet veel gebeuren en de taken worden verdeeld. Annelies gaat met Ton foto’s maken van alle plekjes op school die zijn opgeknapt voor een vergelijkingsalbum. Gerard en ik zullen met Sarah mee gaan (als ze komt) voor de sanitaire inkopen voor de oudste meisjes. Eerst is er echter een ander klusje voor Gerard; de koffercode klopt niet, hij gaat niet open op 927 terwijl we dat toch ingesteld hebben thuis. Hij besluit vanaf 001 alle getallen te proberen en is even zoet. Ondertussen heeft Patience alles in ’t werk gesteld om onze sponsorkinderen, Angela, Msubuga en Aniku hier te krijgen zodat we ze mee kunnen nemen naar de markt voor nodige schoenen, schooltas etc.

Het heeft de afgelopen nacht flink geregend, dus we verwachten volle watertanks op school, maar dat blijkt niet zo te zijn. Hoe kan dat nu? Het water van de goten komt toch allemaal in de tanks terecht. We zien een verzakte goot, die dus aan de verkeerde kant afwatert. We zien grote pollen gras groeien in een andere goot, waardoor dat water ook nooit bij een tank komt. Als we Charles confronteren met het lage waterniveau in sommige tanks is zijn eerste reactie: ‘Misschien heeft het aan die kant minder geregend’. Tja, op zulke momenten benijd ik Ton en Lia niet. Hoe scherp moet je reageren? Hoe maak je duidelijk dat dit niet kan? Ik wens ze veel wijsheid toe en bewonder ze om hun doorzettingsvermogen en geduld.

Over geduld gesproken…. Als Gerard bij 725 is komt Msubuga gearriveerd met zijn oudste zus en baby, en gaan we met hen naar de markt voor inkopen. Zijn zus torst haar baby mee in een dekentje en we vragen haar waarom ze de baby niet in een draagzak bij zich draagt, we hebben hier immers iedereen met de baby op de buik of rug in zo’n doek zien lopen? Ze zegt dat ze daar geen geld voor heeft en we stellen voor dan zo’n doek te gaan kopen, ja graag natuurlijk. Msubuga heeft z’n schoenen, schooltas en sportbroekje, maar voor zo’n doek moeten we volgens de zus ergens anders zijn. Als we net op weg zijn naar de juiste winkel komt Patience aanrennen met Sarah. Sarah biedt aan dat we met z’n allen in haar auto gaan en dan door te gaan voor onze boodschappen. In de auto heeft ze nog een feesttaart staan die ze onderweg ergens moet bezorgen. De draagdoekwinkel is gesloten, we zetten Msubuga en zus af bij school en beloven de doek daar af te leveren zodat hij deze rond 3 uur kan afhalen. Ton en Lia willen eerst lunchen, Sara brengt ons daar ook en zegt da zij eerst even de taart gaat bezorgen, dan met ons luncht om dan samen door te gaan voor de inkopen. Een uur later hebben wij gegeten, maar geen Sara. Een telefoontje via Patience leert ons dat het wat langer duurt, we kunnen weer naar school gaan en dan komt Sara daar ook. Als we daar zijn gaat Gerard verder met z’n codes. Een goedbedoelende leraar draait ondertussen ook even aan de cijfers en wordt door Gerard zo bruusk teruggewezen dat het vermakelijk is, hij heeft natuurlijk niet voor niets een paar uur aan die wieltjes zitten draaien. Bij code 952 springt hij open. Sara arriveert en we gaan op stap. Het blijkt dat we helemaal downtown Kampala gaan voor de boodschappen, oei, als we dan maar terug zijn voordat Msubuga komt voor z’n draagdoek. In een winkel worden afschuwelijke, dure babycarriers aan ons getoond, maar dat bedoelen we helemaal niet. Ons wordt uitgelegd dat zo’n kleine baby nog niet in een doek kan, zo’n doek kan iedereen wel betalen, maar zo’n kleintje moet nog in een carrier. Aha, spraakverwarring en misverstand. Gelukkig vinden we in een andere winkel nog een eenvoudige, lichte carrier voor een normale prijs. Door voor de sanitaire inkopen. Als meisjes ongesteld worden gaan ze niet naar school maar blijven die dagen thuis. We gaan maandverband, teiltjes, extra ondergoed, zeep, prullenbakjes etc. kopen zodat deze meisjes in ieder geval netjes van school naar huis kunnen in voorkomend geval. De zoektocht naar deze spullen in downtown Kampala is hier niet te beschrijven; een poging: Het zijn heel kleine straatjes die helemaal vol staan met allerhande spullen, de winkeltjes aan beide zijden zijn klein, etages hoog en bomvol. Smalle trapjes die volgepakt staan met te verkopen waren, leiden naar de kleine winkeltjes die helemaal vol staan en hangen met van alles en nog wat. Zowel in de winkeltjes als op de straat moet je je plaats bevechten. Midden op de smalle straatjes staan dan ook nog straatventers die hun waren op krukjes uitstallen. Als er een busje met nieuwe bevoorrading door zo’n straatje moet dan rijden die gewoon door, wetend dat de straatventers net op tijd hun spullen zullen weghalen. Meteen achter zo’n busje staat de waar er alweer. Na diverse aankopen loop ik met m’n armen vol ronde wasmanden waarin andere aankopen opgestapeld zijn. Ik moet met de mand op m’n hoofd lopen omdat er geen ruimte is om het voor je uit te dragen (ik kan het niet zo goed als de lokale bevolking, maar snap nu wel het nut van die manier van transport). Gerard en Sara gaan samen verder op stap voor de resterende spullen terwijl ik probeer mijn staplek te behouden terwijl ik op hen wacht. Dat valt nog lang niet mee, maar ik leer snel van me af te bijten als ik opzij word geduwd. Het is al behoorlijk laat als we klaar zijn en proberen de route naar de auto af te leggen, een sjouwer loopt mee met 10 grootverpakkingen maandverband en 3 kilo Omo op z’n hoofd, tja zo goed ben ik nog niet dat ik zoveel mee kan zeulen. Om halfzes zitten we in de auto, net als veel inwoners en we kunnen ons samen met al die anderen in de spits begeven, shit. Het is een spectaculaire tocht terug van 8,4 kilometer, die 2½ uur zal gaan duren. Dat komt niet alleen door de spits, maar ook omdat de verkeerspolitie aan het oefenen is voor de komst van de Paus morgen, hebben we hier ook nog last van die man. Onderweg bellen we Ton zodat we weten waar Sara ons moet afzetten voor het avondeten. Want eerst naar de Guesthouse voor een douche zal er voor ons vandaag niet meer inzitten. Natuurlijk kan Ton niet nalaten te zeggen dat ze nu met elkaar genieten van een lekker koud biertje bij Cathy, en dat terwijl wij de hele middag hebben gesjouwd en gezweet met samen een half literflesje water en nu niks meer te eten of te drinken in de buurt. Complimenten voor Sara, zelden zo’n goede chauffeur meegemaakt. Ondanks de ergernis over de lange rit was het een spectaculaire ervaring. En naar later blijkt hadden we alle spullen gewoon in Luzira kunnen kopen, maar koos ze voor deze plek omdat we door de misverstanddraagdoek daar al dichtbij waren gekomen. Tja….

Dichtbij Luzira vraagt ze of we geld kunnen lenen voor een beetje benzine, anders komt ze niet meer thuis, dat is hier wel vreemd, dat zelfs een leraar geen geld heeft voor benzine of in ieder geval zo slecht kan plannen dat ze met bijna lege tank en portemonnee op stap gaat. We hebben het hier vaak gezien dat mensen voor 1 of 2 euro tanken en dan weer een stukje rijden om even later weer voor zo’n klein bedrag ergens te tanken. Het stikt hier dan ook van de benzinepompen, soms wel drie verschillende naast elkaar op een kruispunt.

De anderen zitten bij Comfort Zone, een plek waar je buiten aardig kunt eten en waar juist vandaag een geweldige band zit te spelen. Sara blijft ook zitten en het wordt nog erg gezellig. We klagen daarna niet over het gebrekkige comfort van de douche maar genieten van iedere waterstraal. Wat een dag! Helaas heeft Msubuga voor niets gewacht.

Vrijdag 27 november 2015

Op tijd op, weer naar school en meteen de draagzak bij Patience afgeven zodat Msubuga niet weer voor niets komt. Angela is niet opgespoord, Patience vertelt dat veel arme ouders hun kind meteen aan het begin naar de familie op het platteland brengen, daar is immers voldoende te eten en het scheelt een mondje voeden in de stad.

Ton en Lia hebben nog van alles te regelen hier, maar Gerard, Annelies en ik besluiten om via de markt terug naar huis te gaan en daar op hen te wachten. Als we aan het eind van de markt een andere route terugnemen verdwalen we een beetje, er is genoeg te zien, we spreken nog wat mensen onderweg, dus is het niet vervelend. Als Ton en Lia ook terug zijn gaan we met de bus naar Bugalobi om de laatste 4 dustbins voor school aan te schaffen, brood bij de echte Hollandse bakker te kopen en een kop echte koffie, heerlijk. Het is een erg luxe, eigenlijk walgelijk decadent winkelcentrum waar je eigenlijk niet gezien wilt worden, maar voor zulke koffie en goed brood kun je niet anders terecht dan in zulke oorden. Op de terugweg stappen we allemaal op verschillende plekken uit. Gerard bij Kwera, hij wil nog even lekker, met een boekje op het terras, Lia bij school om nog wat zaken te regelen en de dustbins te bezorgen, Ton, Annelies en ik bij Comfort Zone voor een lekkere massage bij de daar gelegen sauna. Er is maar 1 masseuse vandaag, dus Annelies gaat eerst. Ton blijft in de mooie tuin hangen met een sigaartje en ik wandel terug naar huis. Daar staat Lia met een paar schoolkinderen waaronder Msubuga, die beweert geen uniform gehad te hebben terwijl dat wel hebben beloofd. Ik ben ervan overtuigd dat we dat bij onze eerste ontmoeting hebben geregeld, ik ben toen toch echt verschillende malen met een kind naar de kleedruimte geweest? Nazien van de foto’s later leert dat hij gelijkt heeft. Maar op dat moment komen we er niet uit, op al onze vragen om te achterhalen hoe het is gegaan zegt hij ‘yes’ , dat hadden we kunnen weten. Lia gaat het op school regelen en Gerard en ik lopen weer terug naar Comfort Zone. Ik ben te vroeg en de wachtruimte van de sauna zit vol grote zwarte mannen met slechts een handdoekje om, hmmm moet ik daar gaan zitten wachten. Gelukkig zegt iemand op dat moment dat ‘my other friend’ nog in de tuin zit, dus gaan Gerard en ik daar lekker bij Ton zitten. Annelies komt gelukzalig en nog glimmend van de olie bij ons; heerlijk zegt ze en blij ga ik naar binnen. Na een uur kan ik volmondig bevestigen dat het de lekkerste massage in jaren was, en herboren en huppelend kom ik de trap af. De telefoonverbinding werkte niet en Lia had ondertussen geen idee waar iedereen was en zat in de Guesthouse te wachten. Gelukkig vinden we elkaar en gaan we nog een keer lekker eten bij Silver Springs aan het zwembad. We denken Luck en Sandra even de ogen uit te steken met een foto van het lekker eten van het buffet, maar krijgen meteen een foto terug van Luck aan een bord sprinkhanen. Ach ja, die sprinkhanen, helemaal vergeten dat we dat ook nog moesten proberen. Toen we de eerste dag van de luchthaven naar Luzira reden zagen we grote stellages van golfplaat met felle lichten erop waarmee men sprinkhanen vangt, een lekkernij hier. Ik vind het niet erg dat we ze niet proberen, maar Luck vond ze vast lekker. We praten nog even met hen op de speaker zodat het net is of ze er nog even bij zijn. Maar zij zijn ondertussen al gewoon weer druk aan het werk in Frankfurt.

We gaan met een ‘gewone’ bus terug. Ton en Annelies zitten allebei al snel met hun bankgenoot te kletsen en de buurman van Annelies zegt dat hij die man (Ton dus) denkt te kennen, is het iemand die hardloopt? Ja, dan heeft hij hem in Luzira gezien. Het klopt dus dat je in zo’n grote stad zomaar snel bekend kunt zijn.

Zaterdag 28 november 2015

Iedereen is vroeg op. We hebben een heerlijk ontbijt met echt brood en veel vers fruit en avocado!

Daniël is er nog even om geld te ontvangen voor de bushuur; morgen en overmorgen zijn hij en de bus de hele dag voor ons beschikbaar.

Vandaag staat nog een bezoek aan Mirjam op de planning. Mirjam was hoofd van de school toen Ton en Lia voor het eerst hier waren. Ze is inmiddels gepensioneerd, maar heeft onlangs via Ton en Lia een achttal naaimachines uit Nederland ontvangen waarop ze meisjes naailes wil geven zodat ze in hun onderhoud kunnen voorzien.

We weten echter niet hoe we bij haar moeten komen, want ze woont aan de andere kant van de route die is afgesloten ivm het bezoek van de Paus. Er wordt veel heen en weer gebeld, maar we worden niet echt wijzer. Het lijkt de bedoeling dat Denis ons naar de buurt van die route brengt en dat we dan daar ergens door Mirjam worden opgepikt voor een bezoek bij haar thuis. Maar nu even nog niet want de Paus is daar onderweg. Als Ton en Lia nog even weg zijn voor een bezoekje aan de timmerman die de nieuwe boekenkasten voor de school in Bukasa maakt, rijdt er een vrouw in een stokoud autootje het erf op, blijkt Mirjam te zijn. Het is een erg sympathieke vrouw met een heerlijk droge humor, en we zitten allemaal gezellig te kletsen, we nodigen haar uit te blijven om te lunchen met o.a. ons heerlijke Hollandse brood. Maar na de lunch blijkt dat ze wel verwacht dat we met haar meekomen. Een paar naaimachines functioneren niet goed en ze heeft hulp nodig bij de reparatie.  Ton en Gerard verzinnen goede redenen om niet te gaan, Lia en Annelies gaan wel, en ik besluit om dan maar mee te gaan hoewel ik niet zoveel zin heb. De rit is bijzonder, de oude auto zwalkt, schudt en schommelt dat het een lieve lust is over de weg. Komt omdat er vier verschillende wielen/banden op zitten met verschillende bandenspanning en totaal niet uitgelijnd. Best eng eigenlijk, maar we komen gewoon op plaats van bestemming aan. Onderweg zien we prachtig uitgedoste massa’s mensen langs de kant van de weg lopen, die zijn allemaal bij de bijeenkomst met de paus geweest.

Ook bekijken we nog een school waar Mirjam nu nog parttime werkt; het is een privéschool en het verschil met de door ons bezochte scholen in Luzira en Busaka is levensgroot. Zo kan het dus ook….. Lia blijkt de perfecte monteur voor de naaimachines, binnen no time heeft ze ze weer aan de praat. We bekijken ook nog Mirjam’s groentetuin, haar knoflookhandeltje in wording en daarna brengt ze ons terug. Al schuddend en slingerend genieten we van de straattaferelen op de terugweg.

Gerard heeft in de tussentijd gewandeld naar de haven en op een bodaboda gezeten. In de haven was zelfs iemand die hem vroeg of hij Uncle Ton kende, ook daar was Ton dus al beroemd.

Volgens mij gaan ze hier iedere Muzungu binnenkort koppelen aan ‘Uncle Ton’.

’s Avonds met de taxibus naar restaurant zone 7 (in de bus alweer iemand die Ton kent), daar aangekomen belt Ton oud-leraar Matthias, die even later met zijn vriendin Sara arriveert en de hele avond met ons doorbrengt. Het is gezellig, het eten is goed.

Zondag 29 november 2015

Weer zijn we vroeg op en na het ontbijt genieten we nog even op het terras met een boekje voordat we naar Luziraschool gaan voor de Graduation Ceremony van de 60 kleuters die na de vakantie naar de Primary gaan. Ton gaat alvast vooruit om nog een stukje kerkdienst mee te maken. Door ervaring wijs geworden haasten we ons niet, maar punctueel 10 uur (gemelde aanvangstijd) staan we bij de school waar nog een serene rust heerst. Er lopen een paar kinderen rond, enkele volwassenen, en in 1 lokaal wordt geoefend op een liedje. We lopen wat rond, maken nog wat foto’s en gaan zitten wachten. Af en toe druppelt er iemand binnen, maar het lijkt nog niet op de voorbereiding van een feest. Dan komt er een busje aanrijden waar een complete muziekinstallatie uitkomt die ook nog in het lokaal opgesteld moet worden. Dat wordt flinke herrie straks.

kinderen school

Er komt een groepje verklede kinderen langs, maar nog lang geen 60. Inmiddels is het elf uur, Ton en Lia besluiten dat we gaan, tenslotte is dit geen ceremonie voor ons en wij hebben vandaag nog andere plannen.

Daniël is er inmiddels al dus we stappen in de bus. Op dat moment komen we directeur Charles die net arriveert. Hij heeft een heel verhaal waarom het te laat begint en vindt het jammer dat we gaan, maar dat doen we toch echt. We zullen hem vanavond nog zien bij het feest in Ndere.

Vandaag zullen we Kampala gaan bekijken, eerst een cappuccino bij Brood en dan naar het Nationaal Museum, Gerard heeft gelezen dat het erg de moeite waard is. Het ziet er verlaten uit, er zit niemand bij de kassa en binnen lijkt het ook erg vervallen. Er is een mooie fototentoonstelling en er zijn wel wat interessante dingen te zien, maar het is geen museum waar je toeristen mee trekt of je bevolking goed mee informeert. Alles ziet eruit alsof het dertig jaar geleden is opgezet en daarna niet meer naar omgekeken; onder het stof, vervallen, vuil.

Het openluchtgedeelte buiten valt ook tegen. Er zijn hutten uit alle delen van het land, maar de infopanelen zijn zo verkleurd dat je de tekst niet meer kunt lezen en de deuren zitten op slot (gek, op de echte hutjes hebben we nooit een slot gezien). Ton denkt dat het Hilton een mooi uitzichtpunt zal zijn en we proberen daar te komen, we komen nu in een gedeelte van Kampala met ruime tuinen, mooie gebouwen en veel groot hekwerk. Uiteindelijk arriveren we via kruip-door-sluip-door bij het Hilton dat na 10 jaar nog steeds in aanbouw is, maar het terrein kunnen we niet op.

Daniël weet een ander uitzichtpunt dus gaan we nu naar Tank Hill Road. Het laatste stukje moeten we lopen omdat de bus die slechte steile weg niet aankan. Boven blijkt het uitzicht mooi en staat er zelfs een hotel, daar is het heel rustig, wat ook geen wonder is want hoe moet je in vredesnaam met je bagage bovenkomen via zo’n slechte weg?

We zijn aan een lunch toe voordat we naar de souvenirshops gaan. Daniël rijdt ons naar Peke Resort, een walgelijk luxe resort waar volgens ons 90 % van de gasten ‘fout’ is. Eerst worden we naar een terras aan het water verwezen, daar aangekomen blijkt dat we er geen lunch kunnen krijgen, dus weer omhoog, de irritatiegraad loopt wel op; zo’n luxe resort en dan zo sjouwen om een broodje te kunnen krijgen…….. Eenmaal op het juiste terras is het wel een machtig mooi plekje. Wifi krijgen we niet, want we zijn geen hotelgasten, maar het eten is goed. Verkwikt stappen we weer in de bus om naar de souvenirshops te gaan. Daar is het erg rustig, wat een nadeel is als je rustig de spullen wilt bekijken, want iedereen spreekt je meteen aan en nodigt je uit in hun winkeltje te komen. Er wordt flink ingekocht en op de route van Maps.me vinden we het theater in Ndere waar we precies op tijd aankomen voor de show. Charles is er al om ons te verwelkomen en ook Mirjam arriveert. Bij de receptie nog veel meer souvenirs, maar we hebben inmiddels genoeg gekocht om de koffers vol te hebben en zoeken onze plaatsen op voor de openluchtshow. Er wordt een prachtig spektakel opgevoerd, onvermoeibaar dansen en musiceren de studenten van deze school en laten zo verschillende dansen van de diverse stammen zien. De directeur van de opleiding praat het geheel op een grappige manier professioneel aan elkaar. Aan het eind moeten we zelfs hier nog weer naar voren komen voor een toespraakje en bedankje, daarna hossen we op het podium mee met de dansers. Tijdens de show was er een buffet met matoke en onder andere varkenssaté waar de botjes nog inzaten, alsof je spare ribs aan een stokje krijgt. Wonderlijk, niet echt lekker, maar we hebben onze maag voldoende kunnen vullen, naar huis, biertje en slapen, laatste nacht in Uganda.

Maandag 30 november 2015

We pakken in wat mee moet, om ruimte te maken voor de souvenirs laten we ook veel achter, in de wetenschap dat alles, maar dan ook echt alles, hier gebruikt gaat worden. We gaan voor de laatste keer naar Luzira school, nu voor de afscheidstoespraken en de taart. We worden inderdaad geacht naast elkaar voor in het lokaal plaats te nemen, er zijn kinderen, ouders en leraren. Iedere leraar doet zijn/haar zegje. Het mooist is de lerares die vertelt dat ze zich realiseert dat ze de plicht hebben te onderhouden wat ze gekregen hebben. Ze belooft dat ze beter zal letten op het onderhoud, zelf haar best zal doen en collega’s erop aan zal spreken.

Ook Charles laat in zijn afscheidswoorden doorschemeren dat er iets gedaan moet aan planning aan onderhoud, maar ja, die heeft altijd mooie woorden op de juiste tijdstippen.

De voorzitter van de ouderraad heeft een dankwoord en dan wordt de taart aangesneden en zijn er nog presentjes.

Afscheidtaart

We nemen van iedereen afscheid, ondanks de cultuurverschillen hebben we volgens mij wel echt contact gehad met sommigen, en ondanks dat het me de eerste dag duizelde van al die soortgelijke gezichten en namen kan ik er nu vele toch goed uit elkaar houden. Op de vele vragen wanneer we terugkomen laten we het antwoord wijselijk in het midden.

In de bus en op naar Bukasa voor afscheid van Charles I en zijn team en pupillen. Het is nog een moeilijke rit om er te komen, veel wegen zijn erg slecht na de recente regenbuien. Het laatste stuk moeten we zelfs lopen omdat een heel stuk weg is weggeslagen.

Het is ook hier rustig op school, veel leerlingen nemen het niet zo nauw meer met schoolgaan nadat de examens van P7 zijn geweest in november. Aanstaande vrijdag zullen ze er wel allemaal zijn om hun rapport in ontvangst te nemen voor de vakantie.

Charles ontvangt ons op zijn kantoortje met vers fruit en drinken. Daarna gaan we naar een lokaal voor, jawel, optredens van de kinderen en toespraken. Ton heeft koffers speelgoed, boekjes en pennen voor de kinderen, voor iedere klas een kalender met mooie foto’s van Europa en voor iedere docent een agenda met opdruk van Uncle Ton en Mama Lia, ik heb nog nooit volwassen mensen zo blij gezien met een simpel agendaatje. Wat kun je hier snel iemand een plezier doen.

De sfeer is goed, je kunt zien dat op deze school echt hart voor de leerlingen is, Charles is een echte vaderfiguur. Je ziet dat ook tijdens de optredens, hoe hij een kind even toeknikt. Nadat Ton heeft verteld met welke middelen de school komend jaar geholpen gaat worden en dat de kasten volgende week zullen arriveren, nemen we afscheid en klimmen nogmaals in de bus.

bukasa kadobukasa dans

 

 

Nu gaan we op weg naar Rob, een oud-collega die hier van zijn pensioen gaat genieten met zijn Ugandese vrouw. Maar eerst willen we ergens een hapje eten. Daniël zegt dat hij een goed adres weet waar ze kip hebben. Zijn vrouw zal daar ook ergens staan om Ton en Lia te groeten en de baby te laten zien.

Stoppen we toch bij een KFC, ik ben nogal resoluut in mijn mededeling dat we daar geen zin in hebben. Natuurlijk realiseer ik met meteen dat het voor Daniël een onbegrijpelijke reactie is, één van de eerste KFC’s in het land, daar wil je toch graag eten? Maar gelukkig zijn we het erover eens dat we hier niet gaan eten.

We rijden de stad uit, eten ergens een sandwich en zijn dan al dichtbij de plek waar Rob moet wonen. Het is een heel nieuw gebied en op de kaart nog niet te vinden. Rob instrueert Annelies tijdens het rijden waar we naartoe moeten en zo komen we op een berghelling waar de huizen in snel tempo uit de grond worden gestampt. De meest afzichtelijke wangedrochten worden hier gebouwd en hoewel het een helling is loop je groot risico dat voor jouw net gebouwde huis een hoger exemplaar verschijnt waar jij dan de rest van je leven op uitkijkt i.p.v. op de prachtige vallei.

Rob’s huis is nog lang niet klaar, maar hij leidt ons er opgewekt en optimistisch doorheen. Wellicht redt je het hier ook niet zonder optimisme dus is het maar goed dat hij er zo in staat. We drinken samen iets bij de golfbaan en vertrekken dan voor het laatste traject naar Entebbe. Daar weet Ton een Italiaans restaurantje waar je lekker buiten met de voeten in het zand en aan de golfjes van het Victoriameer kunt genieten van een pizza. Het uitzicht is mooi en het is een waardig afscheid van ons verblijf.

Op de luchthaven moeten we bij een eerste controle allemaal uitstappen terwijl de chauffeur met de bus inclusief bagage door mag rijden, wat het doel van deze controle is blijft duister, immers je kunt verboden artikelen zoals bijvoorbeeld een wapen, rustig in de bus laten liggen. Voorbeeld van de voor ons soms vreemde logica in dit land.

De weg tot het vliegtuig ligt nog vol hobbels, zo moeten wij nog onze bos bloemen laten sealen, krijgen we bij de incheck geen boardingpass uitgereikt, wat we pas ontdekken als we al door de paspoortcontrole zijn. Als we met een kopie boardingpass terugkomen bij de pascontrole zit er iemand anders dus voorzien we alweer problemen. Laat het eens meevallen; we mogen toch doorlopen. Vanaf dat moment gaat alles vlekkeloos, poort door, kistje in, zo goed en zo kwaad dat gaat een oogje dicht en toch nog weer onverwacht snel geland in ons koude kikkerlandje.

We hebben de reis volbracht zonder ziektes, volgens Vonne kon het niet, maar het is echt waar. Meteen na de reis ben ik een week zo ziek dat beide vakantiekilo’s er in dagen af zijn.

Het was een prachtige reis, gelukkig hebben we de foto’s nog.

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*